Schouderklachten

Printervriendelijke versie

De schouder is een kogelgewricht. Tijdens het bewegen rolt de kop in de kom. Door een laagje kraakbeen op de kop en in de kom gaat dat soepel. Dat laagje kraakbeen kan slijten. Is het te dun, dan krijgt u pijn in de schouder. Meestal is dit op oudere leeftijd. Ook door een letsel of reuma kan de schouder gaan slijten.

De schouder wordt bewogen door een aantal pezen rond de schouderkop. Daarboven bevindt zich een slijmbeurs. Zowel de pezen als de slijmbeurs kunnen ontsteken.

Letsels van de schouder komen voor door bijvoorbeeld vallen op de schouder tijdens het sporten. De schouderkop kan uit de kom schieten (schouderluxatie) en dit kan schade geven aan het schoudergewricht.

De orthopedisch chirurg onderzoekt uw klachten en gebruikt hiervoor verschillende onderzoeksmethoden. Bijvoorbeeld röntgenfoto CT scan of MRI scan. Op basis daarvan kan de arts de diagnose stellen. Nadat u het onderzoek heeft gehad, komt u terug bij de orthopedisch chirurg voor het bespreken van de verdere behandeling.

Soms wordt gekozen voor  medicijnen en/of fysiotherapie andere keren kan  een operatie betere uitkomst bieden.

Bij slijtage kan worden gekozen de schouder te vervangen door een prothese. Sport letsels en ontstekingen van de schouder kunnen worden behandeld tijdens een kijkoperatie.

Voor de operatie heeft u een  gesprek met de anesthesist, de orthopedieverpleegkundige, een medewerker van het ASP team (Apotheker Service Punt) en eventueel de transferverpleegkundige. We bespreken uw medische voorgeschiedenis en de anesthesist geeft u informatie over de verdoving.  De orthopedieverpleegkundige vraagt  eerdere operaties, contactpersoon, uw thuissituatie en andere zaken. De ASP medewerker vraag en controleert uw medicijngebruik. Het gesprek met de transferverpleegkundige is om te bekijken of u hulp nodig hebt als u weer thuis bent.

Op de dag van de opname komt u nuchter naar het ziekenhuis. Vanaf middernacht mag u niet meer eten of drinken en bij voorkeur ook niet meer roken, tenzij de anesthesist anders met u heeft afgesproken.

U meldt zich beneden in de gang bij de receptie; daar wordt u verwezen naar de verpleegafdeling. De verpleging vangt u op en vertelt u wat er die dag gaat gebeuren. Als het zover is, krijgt de verpleging bericht van de operatiekamer. Dan wordt u naar de operatiekamer gebracht waar u verder wordt voorbereid op de operatie. 

Na de operatie komt u eerst op de uitslaapkamer (verkoeverkamer) terug. U kunt na de operatie misselijk zijn of pijn hebben. Hiervoor kunt u medicijnen krijgen. In de loop van de dag gaat u terug naar de afdeling.

Een aantal weken na de operatie komt u terug op de polikliniek. Bij uw ontslag krijgt u deze afspraak mee.