Multipele Sclerose (MS)

Printervriendelijke versie

Bij MS ontstaan op verschillende plaatsen in hersenen en ruggenmerg ‘plaques’ (een soort littekens van ontstekingshaarden). Hoewel de ernst per ontstekingshaard soms gering is, kunnen er door de optelsom van al deze telkens weer ergens opduikende ontstekingen voor de patiënt grote beperkingen ontstaan. Vaak zijn de eerste klachten bij MS van tijdelijke aard en blijken verschijnselen in een later stadium niet meer (geheel) te genezen. Hoewel sommige mensen met MS een agressieve vorm blijken te hebben die snel tot ernstige stoornissen leidt, kunnen de meeste mensen tien jaar nadat bij hen de diagnose MS is gesteld nog lopen. Bij MS zien we vaak dat iemand de volgende verschijnselen vertoont:

  • moeite met zien, meestal met één oog 
  • dubbelzien 
  • vermindering van kracht in bij voorbeeld de benen 
  • vermindering van het gevoel 
  • extreme vermoeidheid 
  • problemen met het ophouden van urinestuurloosheid in armen en benenpijn in het gezicht, of pijn in de armen of benen 

MS komt niet overal op de wereld even veel voor. In zuidelijke landen is MS relatief zeldzaam, en wanneer je in een zuidelijk land bent opgegroeid is je kans op MS dus veel kleiner dan voor mensen die hier zijn geboren en opgegroeid. In Nederland hebben ongeveer 15.000 mensen MS. De ziekte begint meestal tussen de 25 en 45 jaar. Vrouwen hebben een grotere kans op MS dan mannen.

Oorzaak van MS
De exacte oorzaak van MS is niet bekend. Soms duiken er berichten op in de krant dat ‘het MS virus’ is gevonden. Tot nu toe was dat geen juiste weergave van de feiten. Wel is de wetenschappelijke mening dat MS door een samenspel van omgevingsfactoren (bij voorbeeld een virusinfectie) en erfelijkheid kan ontstaan.

Onderzoek bij MS
Om de diagnose te stellen moet de neuroloog zeker weten dat er op verschillende plaatsen in de hersenen en het ruggenmerg ontstekingshaarden zijn die op verschillende momenten in de tijd zijn ontstaan. Multiple betekent immers verschillende en sclerose slaat op de littekens van de ontstekingshaarden. Het belangrijkste onderzoek is dan ook een scan van hersenen en soms ook ruggenmerg, een MRI scan. Hiermee kan de verspreiding in tijd en plaats goed zichtbaar worden gemaakt. Vaak wordt ook nog een onderzoek gedaan van het hersenvocht met een ruggenprik (lumbaalpunctie), waarin de ontsteking kan worden aangetoond. Ten slotte is het soms nodig de zenuwbanen van het oog of gevoel door te meten om vast te stellen of de ziekte deze ook heeft aangetast.
Soms duurt het, ook met al deze geavanceerde onderzoeken, lang voordat met zekerheid de diagnose MS kan worden gegeven.

Behandeling van MS
MS is niet te genezen. Wel zijn er sinds enige jaren geneesmiddelen die een deel van de ziekteverschijnselen kunnen tegenhouden. De bekendste van deze medicijnen heten Interferonen (Interferon beta) en moeten met een injectie in de huid of spier worden toegediend. Een ander middel met een ongeveer vergelijkbaar effect heet Glatirameer Acetaat. Patiënten die voor deze behandeling kiezen moeten leren zichzelf eenmaal of enkele malen per week te injecteren. In de nabije toekomst komen nieuwe geneesmiddelen tegen MS ter beschikking, maar een ‘wondermiddel’ zit daar helaas nog niet bij.

Bij een hevige aanval van MS is het mogelijk de duur van de aanval te bekorten door het geven van een kuur met een hormoon (Methylprednisolon). Dit doet de ontstekingsreactie sneller verdwijnen maar heeft op de restverschijnselen geen invloed. Meestal wordt zo’n kuur per infuus gegeven. Dit gebeurt tijdens een opname in het ziekenhuis, een dagbehandeling of met behulp van de wijkverpleegkundige thuis.

Voor veel problemen bij MS bestaan in meer of mindere mate nog geneesmiddelen die de ergste problemen kunnen verlichten. Zoals middelen tegen spasmen, tegen het verliezen van urine en tegen de vermoeidheid.

De taak van de neuroloog bij MS
De neuroloog stelt de diagnose MS en bespreekt de mogelijkheden van behandeling. Vrijwel altijd zal de neuroloog de patiënt geregeld terugzien om samen met de patiënt te bespreken hoe het gaat met de ziekte en behandeling. Als MS leidt tot veel beperkingen, kan de neuroloog u voorstellen dat u zich ook door een revalidatiearts laat begeleiden.