Epilepsie

Printervriendelijke versie

Epilepsie is een ziekte die zich uit in aanvallen van verandering in het gedrag. Deze aanvallen worden veroorzaakt door een verstoring van de normale functie van de hersenen: er ontstaat abnormale elektrische activiteit. We spreken van epilepsie als dit soort aanvallen zich zo maar, zonder duidelijke reden, ten minste twee maal hebben voorgedaan. Epilepsie is geen zeldzame ziekte, bovendien kunnen zowel kinderen als volwassenen epilepsie krijgen.

Ongeveer 5 op de 1000 kinderen krijgen epilepsie. Meer dan 50% van alle nieuwe patiënten met epilepsie is jonger dan 20 jaar. Tussen de 20 en 50 jaar is de kans op epilepsie het kleinste (minder dan 5 per 1000), met het ouder worden neemt de kans op epilepsie dan weer toe tot ongeveer 1 op 100.

Epileptische aanvallen
Aanvallen van epilepsie verschillen zeer sterk in ernst. Soms zijn ze zo subtiel dat je er bijna niets van merkt of niet herkent als epilepsie. De diagnose epilepsie kan zo gemakkelijk worden gemist. Soms zijn de aanvallen zo hevig dat, als je niet weet wat er aan de hand is, denkt dat de patiënt doodgaat. Na zo’n aanval wordt meestal de ambulance gebeld om de patiënt naar het ziekenhuis te brengen. Sommige patiënten hebben altijd één type aanval, anderen hebben verschillende typen door elkaar. Lang niet altijd zal een patiënt met epileptische aanvallen daarbij ook vallen: de term ‘vallende ziekte’ voor epilepsie is dus onjuist. Sommigen raken bij een aanval wel regelmatig gewond. Per patiënt verschilt ook hoe vaak deze aanvallen optreden in een bepaalde periode (de frequentie van aanvallen). Sommigen hebben tientallen aanvallen per dag, anderen hebben slechts zelden een aanval.

Onderzoek bij epilepsie
Om de diagnose epilepsie met zekerheid te kunnen stellen, laat de neuroloog vaak een EEG (hersenfilmpje) maken. Verder is het meestal noodzakelijk een CT of MRI scan van de hersenen te maken om te zien of er een oorzaak voor de epilepsie kan worden gevonden.

Behandeling van epilepsie
Epilepsie wordt meestal behandeld met medicijnen, zogenaamde anti-epileptica. Hierbij is er een verschil van patiënt tot patiënt in de reactie op medicijnen. De één verdraagt de medicijnen goed, de ander ervaart veel ongewenste effecten (bijwerkingen). Medicijnen zijn niet in staat de epilepsie echt te genezen: ze onderdrukken de aanvallen, net zoals een pijnstiller wel de pijn kan onderdrukken maar niet de verstuikte enkel geneest. De kans dat medicijnen de epilepsie goed onderdrukken, is ongeveer 80%. Gelukkig gaat epilepsie heel vaak vanzelf over, vooral bij kinderen. Vaak is het zelfs mogelijk om te stoppen met de medicijnen.

Soms lukt het niet om epilepsie met medicijnen voldoende te behandelen. Heel soms is het dan mogelijk om de plaats in de hersenen waar de epilepsie ontstaat met een operatie weg te nemen of de verspreiding van abnormale ontladingen in de hersenen met een operatie te beperken. In Nederland vinden per jaar enige tientallen van dergelijke operaties plaats. Ze zijn over het algemeen zeer succesvol.


Leven met epilepsie
Om te voorkomen dat er een ongeluk gebeurt als de patiënt een aanval krijgt, is het soms nodig dat patiënten met epilepsie bepaalde dingen niet doen. Het is bijvoorbeeld gevaarlijk als u in bad een aanval krijgt, of wanneer u op een ladder staat. De arts zal u hierin adviseren. Daarnaast zijn er voor mensen met epilepsie wettelijke bepalingen voor het wel of niet mogen autorijden
Het is de bedoeling dat een kind of volwassene met epilepsie zo normaal mogelijk kan leven. Beperkingen verstoren het normale leven. Overleg daarom met uw neuroloog welke beperkingen voor u raadzaam zijn en welke niet nodig zijn.

 

Aanbevolen website
Op de website van het Nationaal Epilepsie Fonds kunt o.a. meer lezen over epilepsie, informatiemateriaal aanvragen en vragen stellen over epilepsie.

Patiëntenvereniging
Epilepsie Vereniging Nederland (EVN): 
Postbus 8105, 6710 AC Ede (Stationsweg 64)
Telefoon: 0318-672772, fax: 0318-672770
E-mail: info@epilepsievereniging.nl